De Gans

Ergens vroeg in de ochtend van Koningsdag komt er een telefonische melding binnen over een kreupele gans bij Rustpunt Werninksweg te Ambt-Delden aan het Twentekanaal. Het is een kwintet ganzen, waarvan er eentje moeite heeft de groep bij te benen. De vrijwilliger spreekt een tijdstip af met de melders en begeeft zich op pad.

Gearriveerd, treft hij een alleraardigst ouder stel aan dat hem wijst om welke gans het gaat. Geheel vertrouwd met hun omgeving grazen die op dat moment als koeien in een wei. Het is een flink uit de kluiten gewassen exemplaar. De vrijwilliger ziet ook dat hij een beetje buiten de groep valt door het ongemak. Bij nadere beschouwing ziet hij dat de gans een dikke gebroken plastic pootring door zijn poot heeft. De veroorzaker van alle ellende.

De vrijwilliger weet uit ervaring dat ganzen uitstekend de kunst verstaan om uit handen te blijven van hulptroepen dus dit vergt een tactische benadering. Hij besluit eerst eens om enkele keren in een grote cirkel zonder zichtbare interesse om de ganzen heen te lopen. Telkens de cirkel een ietwat verkleinend. Voor een eerste kennismaking is dit voorlopig voldoende. Hij besluit om het de volgende dag te vervolgen met een vangnet.

De dag er op meldt hij zich wederom op de plek en warempel lopen de ganzen weer rustig te grazen op de kant. Ditmaal wel iets dichter bij het water dan gewenst. Met vangstok loopt de vrijwilliger desalniettemin heel langzaam naar ze toe, zonder ze een blik waardig te gunnen. Vanuit zijn ooghoek ziet hij dat zijn doelwit het verst van het water af staat en de vrijwilliger zet het op een lopen. Hij sluit de vluchtweg van de gans naar het water af en vang hem eigenlijk vrij gemakkelijk. Het dier is zichtbaar verontwaardigt en bang en laat alles lopen wat een gans maar kan laten lopen. De vrijwilliger verwijdert de ring en ziet hoe diep deze in zijn poot geklemd zat. Vervolgens herenigt hij hem met zijn soortgenoten in het water en ziet hoe hij zich in het water omdraait en de vrijwilliger nog een keer aankijkt. Hij vermoedt dat hij denkt “die dierenambulance is zo gek nog niet”.